“We horen er soms wat over, vrouwen met opvliegers en een kort lontje. Ja, het is de overgang. Echt serieus nemen we de overgang nog altijd niet. Er wordt wat lacherig gedaan als een vrouw met een bezweet hoofd aan tafel van de vergadering zit. Ze wil het liefst de overbodige truien en jasjes uit, sjaaltje af en de ramen opengooien. De overgang is fysiek en mentaal een belangrijke fase in het leven van een vrouw. Oók bij vrouwen met een verstandelijke beperking! Anja van Woerdekom (Care for Women Doorn) en Christel van der Horst (Fabriek69) weten er alles van.

 

Menopauze

De overgang is de fase dat de eitjes van de vrouw opraken en haar menstruatie verandert. Dit gaat gepaard met wisselende hor- moonspiegels. Deze fase duurt soms 15 jaar. De meeste vrouwen krijgen zo tussen hun 50ste en 60ste jaar de laatste menstruatie. De gemiddelde leeftijd is 53 jaar. De laatste dag van de menstruatie noemen we de menopauze. Deze kun je pas vaststellen nadat een vrouw een jaar lang niet ongesteld is geweest. Als je 11 maanden niet hebt gemenstrueerd en dan weer een bloeding krijgt, moet je dus opnieuw gaan tellen. Dan pas ben je ook echt niet meer vruchtbaar.

 

Opvliegers

Door de schommelingen van hormonen kunnen er allerlei klachten optreden die het leven van een vrouw behoorlijk kunnen beïnvloeden. 80% van de vrouwen ervaart in min of meerdere mate klachten in de overgang. Een hele bekende is de opvlieger. Vrouwen krijgen het warm en gaan dan soms zweten. Erg vermoeiend allemaal. Opvliegers kunnen ook veroorzaakt worden door medicatie, diabetes, stress, hartklachten of een schildklierprobleem.

 

‘Pijntjes’

Dat is niet de enige klacht. Er is een hele waslijst aan klachten die de overgang allemaal kan veroorzaken. Pijnlijke gewrichten, hevig menstrueel bloedverlies (HMB), slecht slapen, nachtelijk zweten, dunner haar, toename van buikvet, stemmingswisselingen, pijn bij het vrijen door droge slijmvliezen, grote kans op blaasontstekingen, hartkloppingen en dan vergeten we er vast nog een aantal. Verder stijgt door de daling van het hormoon oestrogeen het risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten, diabetes en botontkalking. Het klinkt bij vrouwen ook vaak of het een pijntje-hier-pijntje-daar is. En vrouwen willen dan niet zeuren of klagen.

 

Gezonde leefstijl

Als je dit zo leest is de overgang dus niet iets om lacherig over te doen. Gelukkig zijn er ook vrouwen die niet of nauwelijks klachten hebben. Voor veel vrouwen is de overgang echt een serieus probleem dat het leven behoorlijk negatief kan beïnvloeden. Een aantal zaken kun je als vrouw zelf goed in de hand houden. Dat klinkt als een open deur, maar een gezonde leefstijl helpt! Eet gezond: voldoende fruit en groenten, vezels, weinig suikers, beperk alcohol of koffie, goede nachtrust, vermijd stress en beweeg. Helaas is gezond leven niet voor iedere vrouw de oplossing en moet er meer gebeuren.

 

Care for women

Belangrijk is dan om te kijken waar je klachten of pijntjes vandaan komen en of het de overgang is of wat anders. Laat je verder goed voorlichten of neem een consult bij een hormoonspecialist. Anja van Woerdekom is consulent bij Care for Women Doorn. Zij staat ook in nauw contact met de arts en kan zo nodig doorverwijzen. Deze consulten worden vaak vergoed door je zorgverzekering in de aanvullende polis. Advies is om niet te lang te blijven rommelen. Je kunt je ook laten doorverwijzen naar een vrouwenpoli.

 

Emoties

Wat vaak gebeurt tijdens de overgang is dat emoties heftiger kunnen binnenkomen. Je kunt als vrouw dan opeens ergens een punt van maken terwijl je daar vroeger geen woorden aan vuil zou maken. Dit kun je een beetje vergelijken met zoals dat bij pubers gaat. Bij een puber gaan de emoties ook alle kanten op door de veranderingen en schommelingen van de hormonen. Je snapt zelf de emoties niet meer die binnenkomen en je kunt die ook moeilijker reguleren. Maar wat heel veel mensen ook niet weten of zich realiseren, is dat emoties en trauma’s uit het verleden tijdens de overgang ook opeens weer een thema kunnen zijn. Door de hormonale schommelingen worden emoties uitvergroot en heftiger. Je gaat ook meer nadenken: ben ik wel tevreden met mijn partner, werk enz.?

 

Onbegrip

Het is dus niet verwonderlijk als je als vrouw bijvoorbeeld opeens weer last krijgt van iets wat in het verleden heeft plaatsgevonden, zoals seksueel misbruik. Opeens ontstaat er ruimte om dit trauma te verwerken of om dat laatste stukje dat je nog bij je hebt toch nog aan te pakken. Soms geven vrouwen ook letterlijk toe dat zij nu eens aan de beurt zijn in plaats van de ander. Dit kan voor de omgeving ook wel op onbegrip stuiten. Door de veranderingen.

 

Bakerpraatjes

Een specifieke doelgroep waarbij we vaak vergeten dat ook zij in de overgang kunnen komen zijn de vrouwen met een verstandelijke beperking. Deze groep wordt vaak vergeten en onbegrepen. Over vrouwen met een verstandelijke beperking in de overgang bestaan verschillende ideeën. Vaak slikken deze vrouwen een anticonceptiepil of krijgen ze de prikpil en dan heerst het beeld dat zij geen klachten kunnen hebben van de overgang. Maar dat is een bakerpraatje. Vrouwen met een verstandelijke beperking kunnen wel degelijk last hebben van de overgang. Voor deze vrouwen kan het juist extra stress opleveren omdat zij het niet snappen of omdat ze er geen uitleg over gehad hebben.

 

Antidepressiva

Zo ook bij een vrouw van 50 jaar met een matig verstandelijke beperking. Zij had veel klachten en met name klachten die met haar stemming te maken te maken hadden. Ze sliep slecht, was humeurig en op sommige momenten verbaal en fysiek erg agressief naar haar medebewoners en begeleiders. Men maakte zich ernstig zorgen om haar. Ze stonden op het punt om haar antidepressiva te gaan geven. Gelukkig sprak toevallig een begeleider ons aan. Toen bleek dat ze 50 jaar was, vroegen wij of er al aan de overgang gedacht was. Ze is onderzocht, ze heeft vitamineondersteuning gekregen, uitleg over de overgang gekregen en haar leefstijl wat aangepast. Haar klachten verdwenen voor een groot deel en over wat overbleef sprak ze met de begeleiders. Deze mevrouw hoefde dus niet aan de antidepressiva wat erg prettig voor haar was.

 

ASS

Of een ander voorbeeld: een mevrouw met een licht verstandelijke beperking en ASS (Autisme Spectrum Stoornis). Zij kreeg vooral ’s nachts veel opvliegers en raakte daarvan behoorlijk in paniek. Ze besprak dit met haar begeleider, maar die dacht niet gelijk aan de overgang dus er werden allerlei onderzoeken gedaan en ook bij haar was de uitkomst dat ze antidepressiva zou moeten slikken. Gelukkig was er een invaller die zelf volop in de overgang zat. Zij gaf aan dat het misschien de overgang zou kunnen zijn. De mevrouw had nog nooit van de overgang gehoord. Toen ze hoorde dat het erbij hoorde en dat haar lijf zo raar deed vanwege de hormonen, werd ze rustiger. Er is een oplossing gezocht voor het nachtelijk zweten en deze mevrouw hoefde dus niet aan de antidepressiva. We weten dat mensen met ASS slecht tegen veranderingen kunnen en zeker niet tegen veranderingen in hun lijf. Het is daarom van belang om hier tijdig informatie over te geven en niet wanneer iemand al in de overgang is. Er is informatie op de markt over de overgang bij mensen met een verstandelijke beperking, kijk maar eens bij Fabriek69 op de website of bij Care for Women Doorn.

Down

De leeftijd in combinatie met de ernst van de verstandelijke beperking en sommige syndromen, denk bijvoorbeeld aan het Syndroom van Down, hebben invloed op de overgang. Deze groep vrouwen komt dus al eerder in de overgang dan de gemiddelde vrouw. Dus niet rond het 50ste levensjaar, maar zo’n 10 tot 15 jaar eerder. Het is dus goed om aan de overgang te denken en hier tijdig informatie over te geven. Deze informatie is nodig om te geven aan begeleiders, maar ook aan cliënten zelf en hun familie. Het komt nog te vaak voor dat cliënten afhankelijk zijn van een begeleider die toevallig zelf in de overgang is en dan denkt: ‘maar misschien is mijn cliënt dat ook wel’. Je zult maar net een jong team treffen als cliënt, dan mis je de boot. De afhankelijkheid in de zorg rondom dit thema moet niet afhangen van een begeleider of arts die dit thema toevallig omarmt of eraan denkt, maar moet standaard in de begeleiding zitten van mensen met een verstandelijke beperking.

 

Herbeleving

En net als bij vrouwen zonder beperking kunnen ook deze vrouwen herbelevingen krijgen van in het verleden opgelopen trauma. Denk hierbij aan bijvoorbeeld seksueel geweld. Mensen met een verstandelijke beperking kunnen nare ervaringen minder goed dragen of daar ander gedrag tegenover zetten, zodat zij het beter kunnen dragen. Dus ook hier is het van belang om daar alert op te zijn. Angst en herbelevingen kunnen in deze fase een rol gaan spelen, omdat emoties heftiger binnen kunnen komen door de schommelingen van de hormonen. Durf dus aan de overgang en onverwerkt trauma te denken bij deze specifieke groep vrouwen. Ervaring leert ons dat informatie geven over de overgang, echt helpt bij goed doorkomen ervan.

 

AVG

Wij spreken ook regelmatig artsen of AVG- artsen (Arts Verstandelijk Gehandicapten) en ook zij missen soms behoorlijk wat informatie. Zeker als het gaat om de informatie over de overgang en wat zou kunnen helpen of ondersteunend zou kunnen zijn om deze fase in het leven van vrouwen met een verstandelijke beperking aangenamer te kunnen laten verlopen. Wij zeggen dan ook vaak dat men zich moet laten informeren door een hormoon specialist die ervaring heeft met vrouwen met een verstandelijke beperking.

Tips algemeen:

  • Steek altijd in op een gezonde leefstijl en zorg voor goede slaaphygiëne
  • Consulteer een hormoon specialist van bijvoorbeeld Care for Women

Tips bij vrouwen met verstandelijke beperking:

  • Herhaal informatie over de overgang regelmatig met cliënten
  • Schaf het boekje de overgang voor cliënten met verstandelijke beperking aan. Hier te krijgen.

Door Anja van Woerdekom Christel van der Horst, Fabriek69 en Vlam Magazine

Illustraties door: Proud2bfem (Randy Konijnenberg)

“Personen die naar beeldmateriaal van seksueel misbruik van minderjarigen kijken zijn vaak zelf nog jong. Stop it Now, een hulplijn voor personen met seksuele gevoelens en/of gedrag richting minderjarigen, ziet al jaren dat een groot deel van de personen die contact opnemen in de leeftijdscategorie ‘tot en met 25 jaar’ valt. De Nationaal Rapporteur ziet ook dat jongeren een groot deel vormen van de daders van seksueel kindermisbruik. Personen die hands-off delicten plegen, zoals het bezitten en/of verspreiden van beeldmateriaal van seksueel misbruik van minderjarigen, zijn in bijna een derde van de gevallen minderjarig. Uit een onderzoek naar kijkers van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik op het Darkweb blijkt dat 65 procent van de respondenten minderjarig was toen ze voor het eerst in aanraking kwamen met het materiaal”.

 

Deze cijfers zijn zorgwekkend. Ze tonen aan dat personen al op jonge leeftijd seksueel grensoverschrijdend gedrag kunnen vertonen. Naast de kans dat de plegers hierdoor al op jonge leeftijd met justitie in aanraking komen, heeft dit gedrag ook invloed op de seksuele ontwikkeling van deze jongeren. Het is belangrijk dat er aandacht is voor deze jonge plegers en wat hen motiveert tot het vertonen van delictgedrag. Een gedegen aanpak voor de preventie van seksueel kindermisbruik begint bij de (potentiële) pleger.

Danny (16) kijkt bijna dagelijks naar porno. Hij kijkt voornamelijk naar vrouwen in de categorie ‘teens’. Dit doet hij al jaren, maar de laatste tijd raakt hij minder opgewonden van de filmpjes die hij bekijkt. Hij spendeert meer tijd aan het zoeken naar nieuwe filmpjes en bekijkt ook steeds extremere beelden. Hij komt online een filmpje tegen van een meisje dat niet ouder dan 12 jaar lijkt te zijn. Hij wil het niet bekijken, maar voelt tegelijk de spanning toenemen. Dat het niet mag, maakt het alleen maar spannender. Zo gaat het steeds een stapje verder. Danny voelt dat hij de controle verliest over zijn kijkgedrag en schaamt zich hiervoor. Hij wilt ermee stoppen, maar hoe?

 

Risico’s van online experimenteren

De online wereld speelt een belangrijke rol in de seksuele ontwikkeling van jongeren. Zo is sexting (het versturen van seksueel getinte berichten, foto’s of filmpjes van jezelf via je mobiel of tablet) voor sommige jongeren een manier om te experimenteren met seksueel gedrag, bijvoorbeeld in een romantische relatie. Ook is het kijken naar porno voor veel jongeren een manier om seksualiteit te ontdekken en seksuele opwinding te ervaren. Jongeren geven aan dat ze van porno kunnen leren over seksualiteit en hun seksuele identiteit. Al kan porno ook zorgen voor een onjuiste of onrealistische beeldvorming van seksualiteit. Onderzoek toont aan dat het kijken naar porno kan zorgen voor vrouwonvriendelijke attitudes en stereotype opvattingen over mannen en vrouwen. Het kijken naar porno is mogelijk ook gerelateerd aan risicovol of seksueel grensoverschrijdend gedrag, al zijn er tegenstrijdige bevindingen wat betreft de link tussen porno en seksuele agressie. Deze link is mogelijk groter bij het kijken naar gewelddadige porno. Voorlichting aan jongeren over porno kan deze mogelijke ongewenste effecten verminderen. Sommige jongeren beginnen al op jonge leeftijd met het kijken naar porno, wat een effect kan hebben op hun pornogebruik op latere leeftijd. Een onderzoek laat zien dat personen die kijken naar illegale porno (met kinderen en/of dieren) vaker op jonge leeftijd zijn begonnen met het kijken naar volwassen porno. Indien er geen goede voorlichting is, kan het kijken naar porno op jonge leeftijd dus risico’s met zich meebrengen.

 

Escalatie in pornokijkgedrag

Een onderzoek van Stop it Now en de Nationaal Rapporteur naar jonge (potentiële) plegers van seksueel kindermisbruik die contact opnemen met Stop it Now laat zien dat er verschillende aanleidingen zijn voor het delictgedrag van jonge plegers. Sommige jongeren komen erachter dat ze gevoelens hebben voor kinderen, wat een rol speelt in het zoeken naar beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik. Echter, er is een grote groep plegers die aangeeft geen seksuele voorkeur voor minderjarigen te hebben. Deze jongeren vertellen bijvoorbeeld nieuwsgierig te zijn of op zoek te zijn naar spanning. Een belangrijk thema dat veel terugkomt is dat jonge plegers risicovol kijkgedrag vertonen of een escalatie ervaren in het porno kijken. Met risicovol kijkgedrag wordt bedoeld dat jongeren naar porno zoeken in een grijs gebied dat wettelijk gezien legaal is. Een escalatie wordt beschreven als jongeren door herhaalde blootstelling aan pornografisch beeldmateriaal steeds extremere beelden zijn gaan bekijken om dezelfde mate van opwinding te ervaren. Deze jongeren zijn dus niet doelbewust op zoek naar beelden van minderjarigen, maar komen er door deze escalatie wel mee in aanraking en blijven het vervolgens kijken. In sommige gevallen benoemen de jongeren ook een uit de hand gelopen pornoverslaving.

Een escalatie, die soms voortkomt uit een pornoverslaving, begint bij de overvloed aan seksuele beelden op pornografische websites, wat bij sommige personen kan zorgen voor een ongevoeligheid voor deze beelden. De hersenen reageren minder sterk op herhaalde blootstelling aan het materiaal waardoor er minder seksuele opwinding wordt ervaren. Je kunt het vergelijken met een verslaving waarbij iemand steeds meer van iets nodig heeft om hetzelfde effect te ervaren. Personen zullen dan op zoek gaan naar extremere beelden om dezelfde mate van opwinding te ervaren. Onze hersenen worden namelijk sterker geprikkeld door iets wat nieuw of spannend is. En het internet heeft genoeg van deze beelden tot zijn beschikking. Hierdoor bestaat het risico dat jongeren door hun zoektocht naar nieuwe en spannende beelden onbedoeld in aanraking komen met extreem en soms ook strafbaar materiaal. Voor sommige personen kan dit ervoor zorgen dat ze opwinding ervaren en vaker op zoek gaan naar deze spanning. Ook het feit dat het illegaal is, kan juist zorgen voor een extra kick. Hierdoor kunnen ze terechtkomen in een neerwaartse spiraal, wat je ook terugziet in de casus van Danny. Op deze manier kunnen jonge personen dus verstrikt raken in het kijken naar beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik.

Yannick (15) traint elke dinsdagavond bij zijn sportvereniging. Hij heeft leuk contact met de meiden uit het jeugdteam die ook op deze avond trainen. Een van de meiden is Misa (11). Ze is vrolijk en spontaan, en komt na afloop van de training vaak met hem kletsen. Yannick moet de laatste tijd vaker aan haar denken en merkt dat hij gevoelens voor haar krijgt. Hij vindt haar erg mooi en begint ook over haar te fantaseren. Door haar jonge leeftijd raakt hij in paniek van deze gevoelens. Hij begint zich af te vragen of hij een pedofiele voorkeur heeft. Hij durft met niemand over zijn gevoelens te praten.

 

Seksuele voorkeur

Een seksuele voorkeur is een blijvende seksuele en/of romantische aantrekking, die betrekking kan hebben op personen, objecten of handelingen. Zo kan iemand een seksuele voorkeur hebben voor een geslacht (bijvoorbeeld man of vrouw), personen van een bepaalde leeftijd (bijvoorbeeld kinderen), of een activiteit (bijvoorbeeld BDSM). En vaak is het een combinatie van bovenstaande: zo kan iemand een voorkeur hebben voor volwassen vrouwen. Een seksuele voorkeur is dus eigenlijk een breed begrip en kan bestaan uit het ervaren van seksuele gedachten of fantasieën, seksuele opwinding en seksueel gedrag.

Een seksuele voorkeur ontwikkelt zich tijdens de puberteit. Tijdens deze fase ontdekken jongeren hun seksuele gevoelens en seksuele identiteit. Seksuele gevoelens kunnen ook verwarrend zijn tijdens deze seksuele ontwikkeling, zoals in de casus van Yannick. Iemand kan er bijvoorbeeld achter komen een aantrekking te ervaren voor jonge kinderen. Vaak kunnen er pas uitspraken worden gedaan over pedofilie als iemand zelf volwassen is. Dan is iemand verder in de seksuele ontwikkeling en is de seksuele voorkeur meer stabiel.

Daarnaast gaat pedofilie over een seksuele voorkeur voor kinderen die nog geen secundaire geslachtskenmerken zoals haargroei en borstontwikkeling vertonen. Meestal zijn dit kinderen jonger dan 13 jaar. Naast seksuele gevoelens zijn er ook vaak romantische gevoelens aanwezig. Voorts ervaren veel personen die zich aangetrokken voelen tot kinderen ook een aantrekking tot volwassenen. We spreken van hebefilie als iemand zich seksueel aangetrokken voelt tot minderjarigen met beginnende maar nog niet volledig ontwikkelde secundaire geslachtskenmerken. Ook kan een groot deel van de mannen een aantrekking ervaren tot minderjarige meiden tussen de 16 en 18 jaar. Dit betekent echter niet dat het gaat over een voorkeur voor deze leeftijdsgroep. Een seksuele interesse voor jonge vrouwen die zich lichamelijk grotendeels hebben ontwikkeld is biologisch gezien normaal.

 

Blijvende aantrekking

Het is niet bekend hoe seksuele gevoelens voor kinderen zich ontwikkelen, maar mogelijk zijn hier verschillende biologische, psychologische en sociologische factoren bij betrokken. Er kan een biologische aanleg of gevoeligheid zijn die zich door bepaalde ervaringen tijdens de jeugd verder ontwikkelt richting een voorkeur. Dit is dus voor iedereen anders. Ondanks dat pedofilie kan voorkomen in zowel mannen als vrouwen zijn de meeste personen met deze voorkeur man. Volgens internationaal onderzoek heeft ongeveer 1-3 procent van de mannen gevoelens voor minderjarigen. In Nederland zijn dit ongeveer tussen de 85.000 en 255.000 mannen. Veel personen met een seksuele voorkeur voor kinderen komen er in de puberteit achter dat de aantrekking die zij ervaren niet met hun eigen leeftijd mee ontwikkelt: ze worden ouder en merken dat ze zich nog steeds aangetrokken voelen tot jongere kinderen. Vaak is dit een eenzame realisatie: veel van deze jongeren ervaren een grote drempel om hun gevoelens met iemand te delen. Ze zijn bang voor oordelen en onbegrip, en de schaamte is groot. Vaak weten deze jongeren ook niet dat er hulp beschikbaar is.

Wel is het goed om te bedenken dat tijdens de seksuele ontwikkeling de seksuele interesses nog kunnen veranderen of verder tot uiting kunnen komen. Het is nog geen vaststaand gegeven. Het is dus ook belangrijk om tijdens deze seksuele ontwikkeling geen overhaaste conclusies te trekken. Daarnaast is het hebben van gevoelens voor iemand die een paar jaar jonger is ook normaal. Indien er wel sprake is van een seksuele voorkeur voor kinderen is het belangrijk dat deze persoon de ruimte voelt om hierover te praten, en ondersteuning kan krijgen indien nodig. Het leren accepteren van en het omgaan met deze gevoelens kan zwaar zijn, en het beeld in de maatschappij heeft hierop een grote invloed.

 

Misvatting

Pedofilie wordt in de maatschappij vaak onterecht gelijkgesteld aan seksueel kindermisbruik. Pedofilie gaat enkel over het hebben van een seksuele voorkeur voor kinderen, seksueel kindermisbruik is het plegen van seksuele handelingen met minderjarigen. Het hebben van een seksuele voorkeur voor minderjarigen is niet strafbaar, het verrichten van seksuele handelingen met minderjarigen wel. De meeste mensen met deze gevoelens hebben geen enkele intentie om misbruik te plegen met een kind. Fantasieën en gedrag hoeven dus niet samen te vallen. Daarnaast zijn veel plegers van seksueel kindermisbruik niet pedofiel. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland slechts 20 procent van het seksueel kindermisbruik wordt gepleegd door daders met een afwijkende seksuele voorkeur, waaronder pedofilie. Ook bij Stop it Now zien we dat 1 op de 5 plegers van (online) seksueel kindermisbruik aangeven seksuele gevoelens voor minderjarigen te ervaren. Het merendeel vertoont dus strafbaar seksueel gedrag vanuit andere motieven.

 

Stigma

Er heerst een groot stigma op personen die seksuele gevoelens voor minderjarigen ervaren en personen die zedendelicten plegen. Mensen voelen veel boosheid en walging ten aanzien van deze groep. In de samenleving heerst het idee dat deze personen geen controle hebben over hun gedrag en daardoor gevaarlijk zijn. Door stereotype beelden in de media wordt bijvoorbeeld gedacht dat alle pedofielen seksueel kindermisbruik plegen. Deze negatieve opvattingen hebben ook een effect op de personen die hiermee worstelen. Stigma zorgt namelijk voor negatieve gevoelens zoals depressie, angsten, schaamte en eenzaamheid. Ook kampt deze groep vaak met suïcidale gedachten. Daarnaast kan er internalisatie plaatsvinden van het stigma, ook wel zelfstigmatisering genoemd. Dit betekent dat personen de negatieve opvattingen en stereotypen gaan toepassen op zichzelf. Dit zorgt er ook voor dat personen sociaal geïsoleerd raken omdat ze het gevoel hebben dat ze er alleen voor staan en bij niemand terechtkunnen met hun probleem, waardoor ze geen hulp durven te vragen. De effecten op het psychisch welzijn in combinatie met sociale isolatie en de grote drempel om hulp te zoeken kan mogelijk het risico op het plegen van seksueel kindermisbruik vergroten.

Van personen die naar beeldmateriaal van seksueel misbruik van minderjarigen kijken wordt ook vaak gedacht dat ze pedofiel zijn. En ook denken mensen vaak dat deze groep over zal gaan tot het plegen van fysiek seksueel misbruik, terwijl dit meestal niet het geval is. Personen die kijken naar dergelijk beeldmateriaal zijn bang voor de oordelen en reacties van anderen. Ze durven geen hulp te zoeken omdat ze bijvoorbeeld bang zijn dat een zorgprofessional de politie inschakelt. Ook zijn ze bang dat hun omgeving erachter komt en dat ze hun familie, vrienden, baan of huis zullen verliezen. Dit maakt de drempel om hulp te zoeken ontzettend groot. Door deze hoge drempel, mede veroorzaakt door het stigma in de samenleving, krijgen veel personen niet de hulp die ze nodig hebben. Stigma staat dus niet alleen preventie in de weg, het kan er ook voor zorgen dat misbruik blijft voortbestaan.

 

Schuld en schaamte

Het onderzoek van Stop it Now met de Nationaal Rapporteur naar jonge (potentiële) plegers van seksueel kindermisbruik laat ook zien dat er bij deze groep vaak sprake is van psychische problematiek. Deze jongeren voelen zich depressief of ervaren andere psychische klachten die gerelateerd zijn aan autisme, dwang of verslaving. Ook geven sommige jongeren aan dat zij suïcidale gedachten hebben. Het delictgedrag zelf zorgt bij deze jongeren vaak voor gevoelens van schuld en schaamte. Verder zijn er angsten voor de gevolgen van hun gedrag, zoals negatieve reacties uit hun omgeving of de angst om opgepakt te worden door de politie. Deze gevoelens maken de drempel om hulp te zoeken groot. Toch geven deze jongeren wel aan behoefte te hebben aan hulp.

 

Het belang van preventie

Het is belangrijk dat personen die worstelen met hun gevoelens en/of gedrag naar minderjarigen over hun zorgen kunnen praten. En dat ze hulp kunnen krijgen voordat er een grens wordt overgegaan. Aangezien er op jonge leeftijd al risico’s bestaan om seksueel grensoverschrijdend gedrag te plegen, is het van belang om de preventie ook te richten op jongeren. Om effectief preventie te kunnen toepassen, moet er laagdrempelige hulp beschikbaar zijn die goed aansluit bij deze groep. Jongeren moeten een veilige omgeving hebben om hun problemen te bespreken. Dat deze behoefte er is, blijkt ook uit het onderzoek naar jonge plegers van seksueel kindermisbruik die contact opnemen met Stop it Now. De jonge (potentiële) plegers stellen vragen over de strafbaarheid van (online) seksueel gedrag en hoe ze veilig porno kunnen kijken zonder het risico te lopen om de grens over te gaan. Dit benadrukt het belang van goede kennis en voorlichting voor jongeren over hoe ze veilig online hun seksualiteit kunnen ontdekken.

 

Conclusie

Tijdens de seksuele ontwikkeling kunnen jongeren erachter komen dat ze gevoelens hebben die anders zijn dan de gevoelens van hun leeftijdsgenoten. Het kan bijvoorbeeld zijn dat hun aantrekking niet mee ontwikkelt met hun eigen leeftijd. Ook kunnen ze online verstrikt raken in het kijken van strafbaar beeldmateriaal, doordat ze bijvoorbeeld in een neerwaartse spiraal terechtkomen door hun zoektocht naar nieuwe en spannende beelden. Als dit gebeurt, is het belangrijk dat deze jongeren aan de bel kunnen trekken en dat ze hun gevoelens of gedrag bespreekbaar kunnen maken. Alleen op deze manier kan er vroegtijdig worden ingegrepen en kunnen deze jongeren hulp krijgen. Dit is niet alleen belangrijk voor de ontwikkeling van deze jongeren en hun toekomst: dit draagt ook bij aan de preventie van seksueel kindermisbruik.

 

Door Kelly van der Heuvel, Stop it Now, Fabriek69 en Vlam Magazine

Illustraties door: Roderique Arisiaman

“Een cijfer geven voor mijn seksuele opvoeding? Een 2. Omdat ik, ja, gewoon heel erg gebrekkige voorlichting heb gehad. En door mijn visuele beperking ook dingen heb gemist.” Een citaat uit een van de interviews met jongvolwassenen met een visuele beperking, waarin we hen vroegen naar hun ervaringen met seksuele voorlichting. Er is op dat vlak een wereld te winnen.

 

Seksuele voorlichting voor jongeren met een visuele beperking krijgt veel te weinig aandacht. Er bestaat wereldwijd nog geen specifiek aangepast voorlichtingsprogramma. Deze jongeren zijn sterk afhankelijk van ouders, begeleiders en leerkrachten als het gaat om het verkrijgen van informatie over seksualiteit en relaties. Het ontbreekt hen aan toegankelijke en niet-(ver)oordelende informatie, zodat zij zelf keuzes kunnen maken, zichzelf kunnen ontplooien en zelf de regie kunnen nemen. Daarom ontwikkelen wij een blauwdruk voor een voorlichtingsprogramma gericht op deze jongeren, hun leerkrachten, begeleiders en ouders.

 

Waarom een voorlichtingsprogramma ontwikkelen?

We merkten dat er een hiaat is als het gaat om seksuele voorlichting voor jongeren met een visuele beperking. Het hiaat betreft vele terreinen, zo is er nauwelijks wetenschappelijk onderzoek gedaan. Er zijn in de afgelopen 10 jaar nog geen 25 artikelen over dit onderwerp gepubliceerd. De meeste onderzoeken werden uitgevoerd door dezelfde onderzoeksgroep in de VS. Professionals, scholen, ouders en jongeren met een visuele beperking hebben geen toegang tot geschikte seksuele voorlichtingsmaterialen, ze moeten het doen met materiaal dat ontwikkeld is voor ziende jongeren. En dat blijkt ongeschikt. Hierdoor zijn deze jongeren extra kwetsbaar.

“Mijn moeder, die heeft ook weleens gezegd tegen mij: ‘Joh, als je dingen wilt voelen qua borsten…’ – en misschien dat ze zelfs het onderlichaam ook nog wel genoemd heeft, dat weet ik niet meer precies, maar ik weet wel dat het bij mij eigenlijk een direct gevoel van schaamte opriep, van: nee, daar ga ik echt niet aan beginnen bij mijn moeder. Hoe kom je op het idee?” zo vertelt een jonge blinde man (29). Een jonge vrouw (27) vertelt: “Ja, op school kregen we iets van voorlichting, maar achteraf gezien was dat echt heel minimaal. We werden gewoon voor een televisie gezet en kregen filmpjes te zien. Ja, wat uitleg over de praktijk en over geslachtsdelen. En ja, ook nog een stukje over grenzen en zo. Maar ja, een filmpje, daar heb ik helemaal niks aan.”

We merken dat de seksuele ontwikkeling van jonge mensen met een visuele beperking ook anders verloopt. Ze zijn vooral later bezig met seksualiteit: “Op de leeftijd dat de meeste jeugd daarmee bezig is ben ik eigenlijk altijd bezig geweest met overleven. Dus ik ben daar op die leeftijd helemaal niet mee bezig geweest. Ik ben daar pas echt mee begonnen vanaf mijn achttiende,” vertelt een jongere van 21 jaar.

 

Schrijnende voorbeelden

Uit de schaarse literatuur, gesprekken met de mensen zelf en met professionals in het veld komen schrijnende voorbeelden naar voren. Een 11-jarig meisje vraagt haar leraar om een condoom vlak nadat ze erachter is gekomen dat ze voor het eerst ongesteld is geworden. Hieruit blijkt dat ze totaal onvoorbereid was. Een 14-jarig meisje (met een hoog IQ) dacht dat haar billen haar borsten waren. Dit resulteerde erin dat ze belachelijk werd gemaakt door haar niet-gehandicapte leeftijdsgenoten. Een vrouw komt er op 35-jarige leeftijd achter dat ze haar maandverband altijd verkeerd om heeft gebruikt. Niemand heeft haar ooit goed uitgelegd hoe het werkt, waar de “vleugeltjes” voor dienen en aan welke kant de plakstrip moet zitten.

 

Extra aandacht

Er is voorlichtingsmateriaal. “Beroemd” is de voorlichtingskoffer van Stichting Bartiméus Sonneheerdt bestaande uit materiaal dat is bijeengesprokkeld door bevlogen medewerkers, deels afkomstig uit de seksshop. Of de levensechte voorlichtingspop van Koninklijke Visio met een gewicht van 70 tot 80 kilo. Niet iets wat je er even spontaan bij pakt in de klas.

Een 25-jarige vrouw antwoordt op de vraag of ze voldoende seksuele voorlichting heeft gehad: “Ik weet het niet, want ik weet niet wat ik niet weet als ze me niets vertellen”. Deze uitspraak werd het motto van ons project. Het doel van ons project is het ontwikkelen van een blauwdruk voor een seksueel voorlichtingsprogramma voor mensen met een visuele beperking. Gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, aansluitend bij de behoeften en wensen van jonge mensen, leerkrachten, begeleiders en ouders. We hebben niet de illusie dat we met dit project in twee jaar tijd een volledig programma kunnen ontwikkelen, maar we kunnen wel aan professionals duidelijk maken waar er bij deze jongeren extra aandacht nodig is.

 

Een inclusief project

Het project is een inclusief project, daarmee bedoelen we dat mensen met een visuele beperking bij álle fasen van het project betrokken zijn. Ze hebben zitting in het projectteam en ze zijn betrokken bij het ontwikkelen van het projectidee en de gesprekken met internationale experts, én bij de uitvoering, als co-interviewer. Ze schrijven (mee aan) artikelen, denken mee bij de analyse en de opzet van de lessen.

Meedoen in een project gaat niet vanzelf. Dilana Schaafsma, projectleider, geeft aan: “Door te werken met collega’s met een visuele beperking leer je om de wereld meer te bekijken door die bril. Je denkt meer na over zaken als informatieverwerking, vormgeving, mobiliteit, non-verbaal gedrag en taal. Je moet creatiever leren nadenken, je ervaringsdeskundigen hebben immers misschien niks aan een ondersteunende PowerPoint-presentatie tijdens de ontwikkelbijeenkomst. Dus hoe structureer je informatie of een bijeenkomst op een dusdanige manier dat iemand die blind is ook goed kan meedoen? Daar hebben we in de voorbereiding continu gesprekken over met onze ervaringsdeskundigen. Zij houden ons scherp en ze houden ons een spiegel voor. Want sommige dingen zijn gewoon erg lastig als je blind bent, zoals een complexe Excel-sheet.”

Henriët de Weerd is in dit project actief als ervaringsdeskundige, een nieuwe en leerzame ervaring voor haar: “Wat ik heb geleerd tijdens het afnemen van de interviews en mijn aanwezigheid bij de focusgroepen is dat er te veel voor mensen met een visuele beperking wordt gedacht wat ze nodig hebben en wat niet, zonder ze daarbij te betrekken. Daardoor ontstaat er een compleet verkeerd beeld van wat seksuele voorlichting en vorming voor mensen met een visuele beperking inhoudt. En we hopen materialen te ontwikkelen die realistisch zijn. Wat we nu vaak zien is dat de materialen óf veel te groot en lomp zijn – alsof iedereen rondloopt met een enorme penis of enorme borsten – óf de penis is zo ontwikkeld dat het lijkt alsof het geslachtsdeel van de man bestaat uit één bal, of dat hij er helemaal geen heeft, en als je kijkt naar het geslachtsdeel van de vrouw dan lijkt de clitoris helemaal niet aanwezig te zijn. Toch wel vervelend, als je er tijdens de eerste keer seks met je (seksuele) partner achter komt dat het geslachtsdeel er blijkbaar heel anders uitziet.” Henriët geeft aan dat meedoen aan dit project niet alleen leuk en interessant is: “Ik leer er zelf ook van.”

 

Hoe ver zijn we?

In 2022 zijn we van start gegaan dankzij een subsidie van ZonMw. We zijn op stap gegaan en hebben 21 jongvolwassenen met een visuele beperking geïnterviewd. Daarnaast hebben we ruim 25 volwassenen gesproken (begeleiders, leerkrachten, ouders). En we hebben focusgroepen georganiseerd. Op basis van al deze uitkomsten hebben we materiaal laten ontwikkelen, zogenaamde prototypes. Dit materiaal bestaat uit verschillende soorten vagina’s, penissen, lijven en bustes. Immers, elk lijf is anders, en elk lijf is goed. We maken ook gebruik van materiaal dat ontwikkeld is door Magaly Pirotte, een bevlogen en activistische onderzoeker en directeur van SEX-ED+ in Canada. Het materiaal gaan we dit najaar testen. We willen weten of de modellen voldoen. Zijn ze bruikbaar en waarom? Welk materiaal voelt het prettigst? Krijgen mensen een goed beeld van hoe lijven eruitzien, is het duidelijk genoeg?

Daarnaast zijn we twee lessen voor het onderwijsveld aan het ontwikkelen. De thema’s die aan bod komen zijn non-verbale communicatie en conceptvorming van het lichaam. Ook deze worden getest in de praktijk, zodat we weten wat werkt en zodat ons materiaal aansluit bij de wensen en behoeften van de gebruikers.

Ondertussen zitten we niet stil. In de aanloop naar dit project hebben we inmiddels twee podcasts gemaakt met dank aan de financiële ondersteuning van het MenzisFonds en de faciliteiten van Fontys Hogeschool:Love is Blind – In gesprek over seksuele voorlichting met en voor mensen met een visuele beperking en Daten met een visuele beperking (beide zijn te vinden op YouTube). We geven presentaties en (wetenschappelijke) artikelen over de uitkomsten van onze onderzoeken worden voorbereid. Op deze manier willen we aandacht vragen voor dit onderwerp. Waarom? Omdat het bittere noodzaak is.

 

Onderzoeksgroep

  • Joke Stoffelen is lid van de projectgroep, werkzaam als senior projectleider bij Zorgbelang Inclusief en gepromoveerd op het onderwerp seksualiteit. Contactgegevens: jokestoffelen@zorgbelanginclusief.nl
  • Henriët de Weerd is lid van de projectgroep en actief als ervaringsdeskundige.
  • Jill Mecking is als ervaringsdeskundige verbonden aan dit project. Ze is actief binnen de RIS-werkgroep (relaties, intimiteit en seksualiteit) bij Stichting Bartiméus en belangenbehartiger namens De Ongeziene Blinden.
  • Dilana Schaafsma is projectleider van dit project, werkzaam als associate lector bij Fontys Pedagogiek en gepromoveerd op het onderwerp seksuele voorlichting.
  • Christel van der Horst is lid van de projectgroep en daarnaast centrale aandachtsfunctionaris RIS bij Stichting Bartiméus en mede-eigenaar van Fabriek 69 (expertisecentrum relaties, intimiteit, seksualiteit en misbruik).
  • Bram Vedder is lid van de projectgroep en werkzaam als ambulant woonbegeleider en aandachtsfunctionaris RIS bij de Robert Coppes Stichting.

 

Door: Stoffelen, J., De Weerd, H., Mecking, J., Schaafsma, D., Van der Horst, C., & Vedder, B. (2023). ‘Ik weet niet wat ik niet weet’: Seksuele voorlichting voor jongeren met een visuele beperking. verschenen in VLAM Magazine, 3/2023.

Cartoons door: Kim Duchateu, te volgen via zijn Instagram pagina

Op zijn zestiende staat Jeffrey op het punt om uit de kast te komen, alleen weet hij niet goed hoe. Kunstschaatsen is zijn grote passie en op de schaatsclub leert hij William en Tom kennen. De ontmoeting met dit stel zal een diepe en langdurige impact op zijn leven hebben: een jaar lang wordt hij seksueel misbruikt en gedwongen om hierover te zwijgen tegen zijn omgeving. Wanneer hij zijn herinneringen van zich af schrijft beseft hij dat zijn verhaal ook anderen kan helpen. Die eerste pagina’s blijken het beginpunt van zijn boek ‘Liegen zul je’.

 

“De titel van het boek symboliseert de manipulatieve en controlerende aard van misbruik”, vertelt Jeffrey (nu 29 jaar). “Als slachtoffer voel je door angst, schaamte en schuldgevoelens de druk om te zwijgen of de waarheid te verdraaien. Liegen is precies wat de mannen die mij misbruikten wilden dat ik deed.”

Dat zijn boek nu in de winkels ligt voelt voor hem als een enorme persoonlijke overwinning, maar dat was niet zijn intentie toen hij begon te schrijven: “Ik schreef om mezelf te kalmeren, om de flashbacks, herinneringen en gedachten aan het misbruik als het ware uit te kotsen over het papier. Dat had ik nodig. Op een dag raakte ik geobsedeerd door het idee dat ik misschien ook anderen – niet alleen slachtoffers van misbruik maar ook de mensen in hun omgeving – zou kunnen helpen door mijn verhaal te delen. Ik zou licht kunnen schijnen op het feit dat misbruik óók jongens en mannen kan overkomen. Misbruik is echt genderloos en heeft niets te maken met bijvoorbeeld iemands leeftijd: alle vormen van seksueel geweld kunnen iedereen overkomen.”
Hij hoopte dat anderen door het lezen van zijn boek misschien ook hun verhaal zouden durven delen. Nou, dat is gebeurd! “Ik ben superdankbaar en trots als ik hoor dat andere overlevers van seksueel geweld daadwerkelijk steun vinden in mijn verhaal. Steeds weer wordt voor mij bevestigd hoe belangrijk representatie en erkenning zijn, hoeveel dat teweeg kan brengen. Er zijn ook veel lezers die het boek lezen omdat ze geïnteresseerd zijn in mijn verhaal, zonder dat er eigen ervaringen meespelen. Ik ben blij dat zij niet wegkijken of het onderwerp vermijden, want door erover te lezen kun je het beter begrijpen. Ik hoop dat mensen traumasensitiever worden, al is het maar een beetje.”

 

Een groot taboe

Voor jongens en mannen die seksueel misbruik meemaken of hebben meegemaakt is het vanwege de vele stigma’s die gepaard gaan met het onderwerp vaak moeilijk om erover te praten. “Het lijkt soms wel of het tonen van emoties wordt gezien als een zwakte, zeker in professionele settings waarin machtsdynamieken heel duidelijk aanwezig kunnen zijn en het voortdurend draait om presteren. Maar het geldt ook voor andere situaties in het leven. Ik heb er heel bewust voor gekozen om het ongemak toe te laten maar het tegelijkertijd niet te belangrijk te maken. Dat is voor mij de sleutel tot openheid. Ik kan het niet vaak genoeg en op niet genoeg plekken zeggen: als jij seksueel geweld hebt meegemaakt dan is dat geen teken van zwakte, of iets waar je je voor moet schamen. En als je het moeilijk vindt om erover te praten, zegt ook dat helemaal niets over wie jij bent. Als je ergens mee worstelt, weet dan dat je niet alleen bent. Er zijn mensen die naar je willen luisteren, die je willen steunen en die geloven in jouw vermogen om je weer beter te gaan voelen. Als je er klaar voor bent om je verhaal te doen, bij wie of hoe dan ook, weet dan dat er ruimte is voor jouw stem en dat jouw verhaal ertoe doet.”

Jeffrey weet uit eigen ervaring dat niet alleen de (mannelijke) overlevers niet altijd weten hoe ze het onderwerp seksueel misbruik bespreekbaar kunnen maken. “Ook omstanders vinden het vaak lastig om erover te praten. Vanwege hun eigen ongemak proberen ze het onderwerp zoveel mogelijk te vermijden, waardoor ze soms onopzettelijk kwetsende dingen doen of zeggen. Het is hard nodig om deze taboes te doorbreken en het ongemak omtrent het onderwerp te parkeren, maar dat vereist moed en openheid.”

 

Fotograaf: Tim Buiting

‘Gaat het nu goed met je?’

Jeffrey heeft zich voorgenomen om deze vraag niet meer te beantwoorden met ‘ja, het gaat nu goed met me’. “Ik wil andere overlevers, van welke vorm van seksueel geweld dan ook, namelijk niet belasten met de druk ‘dat het ooit weer goed met ze moet komen’. Ik weet hoe zwaar die druk kan voelen als je niet lekker in je vel zit. Ik herinner me nog hoe graag ik me goed wilde voelen en hoe onmogelijk dat leek. Het herstelproces heeft geen eindpunt waarbij alles weer “goed” is: het is een voortdurende reis van ups en downs, waarbij het belangrijk is om jezelf de ruimte te geven om te voelen wat je voelt en te accepteren dat sommige dagen moeilijker zijn dan andere. Mocht je dit lezen en denken: ‘HOU OP!’, weet dan dat het ook oké is om mijn uitspraak op een bord te schrijven en dat vervolgens in duizend stukjes te smijten omdat je het niet met me eens bent. Ik weet hoe moeilijk het is om toe te geven aan de aanwezigheid van de herinnering(en). Maar sinds ik ben gaan praten over mijn verhaal ben ik gaan inzien dat ik jarenlang ontzettend onaardig voor mezelf ben geweest door mijn gevoelens te onderdrukken. Ik ben blij dat ik heb geleerd om mild voor mezelf te zijn en hulp te zoeken wanneer dat nodig is, of dat nu bij vrienden, familie of professionele hulpverleners is. Wat er vroeger met mij is gebeurd is deel van mijn leven, maar het definieert niet wie ik ben.” Het gevoel dat terugdenken aan de gebeurtenissen bij hem oproept is in de loop der jaren veranderd. “Blijkbaar kan dat dus: een verandering in de intensiteit en het gewicht van je gevoelens en herinneringen. Daar vind ik heel veel rust in.”

 

‘Liegen zul je’ van Jeffrey Dral is onlangs verschenen bij Uitgeverij Volt en is o.a.  HIER te verkrijgen.

Door Fabriek69 (Jeroen)

 

Sabine Meulenbeld (trainer, ontwikkelaar en adviseur op het gebied van genderbalans en genderbias) schreef het boek dat ze zelf als hulpverlener heeft gemist. “En ook het boek waarvan ik had gewild dat de volwassenen om mij heen het gelezen hadden toen ik jong was.” In december 2023 is haar voorlichtingsboek ‘De kracht van positieve seksualiteit – Acht ingrediënten om met jongeren over seksuele vorming te praten’uitgekomen, vol met lichaamsgerichte en activerende werkvormen. “Mijn missie is dat vrouwen kunnen genieten van hun vrouw-zijn en seksualiteit dankzíj hun vrouw-zijn, niet ondanks hun vrouw-zijn.”

Sabine is lang als lichaamsgericht therapeut werkzaam geweest op het gebied van seksuele grensoverschrijding in al haar facetten, en ze zag van dichtbij wat er mis ging: de handelingsonzekerheid van volwassenen, misinformatie, de culturele en maatschappelijke klem waarin jongeren soms vastzitten. “Maar ik ontdekte gaandeweg ook de ingrediënten die kennelijk helpen om positieve seksuele interacties een kans te geven. Gek eigenlijk, dat we als we zelfstandig leren lopen, rekenen of autorijden als vanzelfsprekend aan de hand meegenomen worden – maar als het om seksuele groei en seksuele ontwikkeling gaat verwachten we ineens dat het met een paar adviezen over het voorkomen van rampen allemaal wel los zal lopen! Als de traditionele nee-boodschap – ‘Loop geen soa op, bewaak je grenzen, zorg dat je niet zwanger raakt’ – had gewerkt dan hadden we dat allang terug moeten zien in dalende cijfers van seksueel geweld. De meest beschermende factor tegen seksuele grensoverschrijding is seksuele autonomie. Hoe kun je immers je grenzen aangeven als je niet weet wat je wensen zijn?”

“Wat je met je lijf doet, sijpelt dieper binnen in je hersenen en beklijft”

 

Als het gaat om seksuele vorming is informatieoverdracht van hoofd tot hoofd volgens haar niet de meest effectieve methode. “Wat je met je lijf doet, sijpelt dieper binnen in je hersenen en beklijft. Zo kun je ook werkelijk bij al die verzamelde informatie op het moment suprême. Daarom staat mijn boek vol met lichaamsgerichte en activerende werkvormen. Je gaat echt aan de slag met jongeren. Acht ingrediënten vormen daarbij de leidraad – dat zijn ingrediënten die ik ontdekte bij mijn cliënten: wanneer deze aanwezig waren was de kans op positieve seksuele ervaringen groter. En bij afwezigheid merkte ik dat er meer nare seksuele ervaringen waren. Preventie is traditiegetrouw gericht op rampenbestrijding, maar mensen hebben meestal seks met elkaar omdat ze plezier willen beleven. Kennis daarover – wat bij je past, wanneer, waarom, hoe en met wie – dát maakt weerbare jongeren.”

Sabine merkt dat men het vaak ongemakkelijk vindt om met jongeren te praten over hoe ze leuke seks kunnen maken. En al helemaal als het gaat over het voelen van plezier. Met haar boek wil ze mensen helpen om dit gesprek op een luchtige manier op gang te brengen, zodat de jongere ook wil meedoen en er echt iets aan heeft. Een van haar lievelingsoefeningen uit het boek past bij het ingrediënt ‘Delen’ en heeft alles te maken met een stroopwafel: “Je zegt tegen de jongere dat jullie een stroopwafel zullen delen. Vervolgens geef je de jongere maar een klein stukje. Dikke teleurstelling natuurlijk! Op basis daarvan kun je een gesprek aangaan over hoe de verdeling is van genot. Bij seks laat je ook niet iemand zitten met de kruimels. Toch is er bijvoorbeeld een orgasmekloof – mannen komen binnen heteroseksuele relaties vaker vanzelfsprekend klaar dan vrouwen – en wordt het einde van een vrijpartij nog best vaak ingeluid als de man zijn hoogtepunt heeft bereikt. Wat maakt dat we daarmee akkoord gaan – niet alleen de vrouwen, maar ook die mannen? Beetje vreemd anno 2023. Dan kan beter! Zo’n oefening helpt om gelijke kansen in bed “tastbaar” te maken, op een luchtige manier.”

“Door het gegiechel heen spitsen ze heus wel hun oren en draagt jouw boodschap bij aan hun verdere seksuele leven”

 

En dat er misschien wat ongemak bij zo’n gesprek komt kijken, ach. Zie dat als een leerproces. Sabine: “Wat ik leuk vind op dit specifieke moment in mijn leven is dat ik steeds kwetsbaarder en reflectiever durf te zijn – met alle ongemakkelijkheid van dien overigens. En dat ik milder kan kijken naar de momenten waarop het me nog niet lukt. Ik heb nog een lange weg te gaan daarin.”

Tot slot wil ze nog twee tips meegeven als het gaat om de kracht van positieve seksualiteit: “In mijn boek nodig ik de lezer vaak uit om te reflecteren op diens eigen seksuele ontwikkeling en de invloed daarvan op diens denkbeelden. Sla die oefeningen niet over! Hoe meer je die oefeningen zelf aan durft te gaan, hoe eerlijker je jongeren kunt begeleiden. Verder hoor ik vaak als argument om gesprekken over seksualiteit met jongeren uit de weg gaan: ‘Ja, maar dan gaan ze giechelen’. Mijn tip: Laat ze lekker giechelen! Ze lachen je niet uit en het is ook geen teken dat ze het onderwerp niet serieus nemen. Het ís ook gewoon een spannend en leuk onderwerp. En door het gegiechel heen spitsen ze heus wel hun oren en draagt jouw boodschap bij aan de positieve blauwdruk van hun verdere seksuele leven. Eervol toch?”

 

Sabines boek ‘De kracht van positieve seksualiteit’ is nu verkrijgbaar bij Van Duuren Media of via de boekhandel.

Begin 2023 was Sabine gasthoofdredacteur van Vlam-magazine nr. 1-2023 (Geprint en Digitaal nog te verkrijgen via de webshop van Vlam). In dit nummer vind je ook een groot interview met haar.

Door Fabriek69 & Vlam Magazine

Foto van Sabine door fotograaf Roderique Arisiaman

 

Dat begrepen worden niet vanzelfsprekend is werd mij door Jody weer heel erg duidelijk. Jody zie ik sinds een aantal maanden en zij is gediagnosticeerd met TOS, een taalontwikkelingsstoornis. Inmiddels 5 jaar oud is de wereld voor haar zo moeilijk te begrijpen en vindt zij het zo moeilijk om de wereld duidelijk te maken wat er in haar doorgaat.

Jody en haar ouders maken mij er wel heel erg bewust van dat het gebruik van taal vaak zo belangrijk is in onze communicatie en de rol in je begrepen voelen.

Taalontwikkeling is niet voor ieder mens vanzelfsprekend

Van dichtbij merk ik ook al dat het anders kan zijn. Mijn dochter werkt zich een slag in de rondte. Maar ik merk het aan haar. Ze kan de juiste spelling niet aanvoelen. Meervoud? ‘Grabbelen’ wordt ‘grabelen’ in haar sinterklaasgedicht. En ze ziet het echt niet als ik het haar vraag nog eens te lezen. Een boekpresentatie doen? Weken is ze bezig zichzelf een weg te worstelen door een boek.

Zelf verslond ik boeken op die leeftijd. Bij de bibliotheek kenden ze me. Was ik weer om een nieuwe stempelkaart voor de kinderjury in te leveren en een cadeautje uit de mand te mogen zoeken. In groep 7 bijna alle boeken van de jeugdafdeling verslonden. Voor mij destijds vanzelfsprekend.

Mijn dochter krijgt het een stuk meer voor haar kiezen. Op school is begrijpend lezen nu eenmaal een enorm belangrijk vak. En dus worstelt ze zichzelf met onze stimulans er doorheen.

Wanneer de wereld abracadabra is

Dit is echter niet te vergelijken met de situatie van Jody. Woorden zijn abracadabra voor hoor. Begrip en begrijpen komt mondjesmaat op gang.

Maar ze is onbegrepen door haar ouders. En begreep haar ouders ook niet. Een enorm moeilijke start van haar jonge leven. Het raakt me als ik me realiseer hoe alleen ze zich zal voelen in haar jonge leven.

In het begin hebben Jody’s ouders veel hulp gevraagd en werden zij niet gehoord. Ook zij werden niet begrepen.  Wellicht in een hokje geplaatst vanwege hun voorgeschiedenis. En ook zij stonden door onbegrip alleen. Uiteindelijk kregen zij hulp waarbij zij tegelijkertijd moeite hadden vertrouwen te krijgen. Ze kwamen van ver. Een verleden van kindermishandeling en misbruik in hun jeugd. Iets waar nooit echt naar gevraagd werd, maar van enorme invloed is op de vraag die zij hebben voor hun kind. Samen hebben we de woorden gegeven aan het verleden en de invloed op het hier-en-nu. De traumabehandeling zal een volgende stap zijn.

Jody is ook enorm begaafd. Door haar snelle denken en haar creativiteit bedenkt ze de mooiste spellen. Door haar scherpe kijken dringen haar ogen door je heen. Taal is niet alles. Dat is een belangrijke les voor me.

De start van nieuw begrip

En Jody heeft wel het geluk dat zij ouders heeft die graag de verbinding met haar willen kunnen maken, zich in willen spannen haar te begrijpen en te begeleiden. Die hulp vragen. Ondanks alle moeilijke ervaringen uit hun eigen jeugd en de enorme kwetsbaarheid die het van hen vraagt. Zij willen leren dat wel te doen wat zij zelf zo gemist hebben.

Kinderen als Jody en hun ouders zijn de reden dat ik het werk doe wat ik doe. Ik ben dankbaar voor de lessen en het nieuwe bewustzijn wat door hen ontstaat. Het belang van begrip weer zo duidelijk maakt. Zeker wanneer het niet vanzelfsprekend is dat je het krijgt. Maar ook: welke uitdaging je ook hebt, iedere ouder die zich inspant het schijnbaar onmogelijke mogelijk te maken omdat hun kind het nodig heeft, verdient steun en empathie. Het vergt moed voor ouders dit te doen. Maar als die gevonden wordt ontstaat een kans een verandering teweeg te brengen die de rest van het leven van betekenis is. Daar draag ik graag mijn steentje aan bij.

 

Kirsten van Fabriek69 werkt ook nog als gezinscoach in de regio IJsselland. Haar praktijkervaring in het werken met de gezinnen uit haar huidige werk en haar vorige banen (o.a. Wijkteams, coördinatie huiselijk geweld en kindermishandeling en Veilig Thuis) neemt zij mee in de trainingen voor Fabriek69. 

 

Meer verdieping in het werken met gezinnen waarbij sprake is van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling? Kijk dan eens in onze agenda of bekijk de 3-daagse masterclass Kindermishandeling & Huiselijk Geweld met boeiende sprekers en op een prachtige lokatie.

 

Seksueel experimenteren: ontdekken wie je bent en wat je wel of niet fijn vindt.

Ik zat op de kleuterschool bij juffrouw Ria. Juffrouw Ria was vroeger non geweest. Ze was lief. Als je naar het toilet moest dan moest je een bol om je nek doen zodat ze wist dat er iemand uit de klas was. In mijn klas zat Jopie. Jopie kwam zoals ze dat nu zouden zeggen uit een sociaal zwak milieu. Jopie was een stoere jongen die nergens bang voor leek te zijn. Ik vond hem geweldig. Als we samen in de poppenhoek speelden, kreeg ik kriebels in mijn buik. In die poppenhoek speelden we vader en moedertje. Jopie moest natuurlijk aan het werk en toen hij de deur uit ging, gaven we elkaar een kus op de mond. Dat vond juffrouw Ria niet een al te best idee. Dus dat mochten we noooooit meer doen. Helemaal begrijpen deden we het niet en we vonden het wel jammer, want het was wel een fijn gevoel, die kus op de mond.

 

Toverpiemel

Ergens in klas 5 van de lagere school werd ik helemaal verliefd op een Job. Hand in hand struinden we na schooltijd over de straten. We speelden verstoppertje, bouwden hutten, fietsten samen naar plekken die voor ons verboden waren. Van Job kreeg ik kriebels in mijn buik en het bleef bij een zoentje op de wang. Ik was op Job. Zoals we dat noemde in die tijd.

Jongens zijn spannend, vond ik. Zo ging ik ook een keer met een jongen naar de wc. Met Rob. Die zei ‘weet je dat ik kan toveren met mijn piemel?’ ‘Nee,’ zei ik, ‘hoe dan?’ ‘Zal ik het laten zien?’ Ja, dat wilde ik wel. Hij liet mij zijn piemel zien en ook zijn eikel. Maar het meest fascinerende vond ik wel dat hij stijf werd. Heel spannend. Dat had ik nog nooit bij een jongen gezien. Gelukkig heeft niemand ons betrapt op de wc.

Op vakantie in Ameland samen met mijn ouders werd ik helemaal verliefd op de zoon van de eigenaar van de camping, Guy. Guy was een paar jaar ouder dan ik en hij leerde mij tongzoenen. Het tongzoenen vond ik niks maar spannend was het wel, en leuk.

Sprookje

En opeens werd ik, zoals zoveel meiden, ongesteld. Een hele verandering in het leven van een meisje.
Inmiddels was ik 15 jaar en werkte ik in de supermarkt. Heel gezellig en keten met de andere vakkenvullers. Eén van de vakkenvullers was Roel. Ik werd helemaal verliefd op Roel. Maar helaas … Roel vond mannen leuker.

16 jaar, met alle vrouwelijke vormen die daarbij horen. Ik werkte in een zorginstelling en daar maakte ik schoon. Ik zie me nog staan, leunend op de dweil en kijkend naar de tv. Daar kwam ze dan, Lady Di. Ze liep de prachtige St Paul’s Cathedral in Londen binnen. Een fantastische jurk met een hele lange sleep. Wat was ze mooi. Ademloos keek ik naar haar. Het sprookjeshuwelijk van de eeuw. Lady Di trouwde met een echte prins. Ik had net twee dagen verkering en zag ons ook al zo naar het altaar gaan. Ik kon er geen genoeg van krijgen om daar over te dagdromen, want, ja wie wil dat nou niet? Trouwen met een echte droomprins. Natuurlijk wist ik nog niet dat het eigenlijk een grote poppenkast was. Mijn verkering hield geen stand. Er kwamen meerdere verkeringen, met uitgebreide seksuele ervaringen en uiteindelijk een huwelijk met kinderen, een carrière en het ouder worden.

Niet klats boem

Dit alles noemen we ook wel een seksuele carrière. Deze seksuele carrière maakt iedereen door. Die is ook belangrijk voor het aangaan van gezonde seksuele relaties. Een seksuele carrière loopt heel vaak in een bepaald patroon, of er moet iets ergs als seksueel misbruik hebben plaatsgevonden.

Jongeren hebben niet gelijk klats boem geslachtsgemeenschap, daar gaan vaak stappen aan vooraf. Daarom is experimenteren voor kinderen en jongeren ook zo belangrijk. Het is ontdekken wie je bent, en wat je wel en niet fijn vindt.

Pedagogisch passend

Binnen ons werk hoor ik vaak de vraag “maar wanneer weet je nou of seksueel gedrag wel gezond is en of het past bij de leeftijd van een kind of jongere?” Iedereen voelt aan z’n theewater dat de reactie van juffrouw Ria niet de beste pedagogische manier is. Maar ja hoe dan wel?

Met het Vlaggensysteem van Sensoa uit België! Het Vlaggensysteem is een methodiek die jou, als professional, helpt om seksueel gedrag bij kinderen en jongeren objectief te beoordelen en er een passende pedagogische reactie op te geven.

Wil je leren om met het Vlaggensysteem te werken? Geef je dan op voor een training.

De eerstvolgende kans is al op maandag 20 september 2022, in Amersfoort

 

Christel van der Horst

Tegenover mij zitten twee vrouwen mevrouw Rooks en Christa, moeder en zus van Joop. Rode wangen hebben ze en geheel op hun gemak zijn ze nog niet. Ik ben trots, trots op deze twee mooie mensen die in een lang proces hebben geleerd eigen normen en waarden aan de kant te zetten voor hun zoon en broer Joop.

Ruim een jaar geleden raakte ik betrokken bij Joop. Er had zich een incident voorgedaan en Joop was met de politie in aanraking gekomen. Dit gebeurde op de wallen in Amsterdam. Familie en begeleiders waren even lamgeslagen. Niemand wist dat Joop hier kwam. Eigenlijk wilde Joop al lang een vriendin maar dat lukte niet, voor Joop was de stap naar een prostituee dan ook een logische. Joop een grote, forse en lange man met een lichte verstandelijke beperking en autisme ging op zoek naar vrouwen met grote borsten.

Hij was al eens vaker geweest ook wel eens naar Utrecht en dat was altijd goed gegaan. Ditmaal was de dame die hij altijd bezocht er niet. Hij ging op zoek naar iemand anders die aan zijn eisen voldeed, een vrouw met grote maar “echte borsten”.
Hij zag een vrouw die op het eerste oog leek te voldoen aan de eis. Joop vroeg haar of de borsten wel echt waren, dat was voor hem immers een pre. De vrouw vertelde dat dit zo was. Joop twijfelde en vond dat hij wel eerst even mocht voelen, hij wilde immers wel waar voor zijn geld. Maar ja…. dat is niet de bedoeling, Joop was niet op de hoogte van de (ongeschreven) regels, vond het oneerlijk en werd heel erg boos….

Gelukkig werd het de politie duidelijk dat ze hier te maken hadden met een man met een beperking. Joop zat niet lang vast, maar had wel begeleiding nodig.

Moeder en zus waren er fel op tegen dat Joop deze dames bezocht en verboden het hem direct. Joop was het er niet mee eens, maar wilde zijn moeder en zus ook niet tegenspreken. Een lang proces volgende. Gesprekken, voorlichting, wensen van alle partijen op tafel, hulpmiddelen een seksverzorgende tot uiteindelijk een fijn escorthuis waar Joop zijn draai kon vinden en wij goed contact mee konden houden.

Het is niet niks als iemand die zo dicht bij je staat iets doet wat total niet strookt met jou normen en waarden. Ook voor Joop is het niet makkelijk als iemand anders jou iets probeert op te leggen wat niet overeenkomt met jou wensen en behoefte. Hard werken dus voor beide partijen.

En wat hebben ze dat samen goed gedaan!

Trots ☺

Ben jij opzoek naar meer ondersteuning voor mensen met een beperking? Neem dan gerust contact met ons op!