Afgelopen maand stonden we met Fabriek69 op de Florence Nightingale Fair waar we met regelmaat hoorden: “Huiselijk geweld en kindermishandeling komen bij ons niet voor.” En dat is zeker niet voor het eerst dat we dit hoorden. Vaak zeggen professionals: “In mijn werk heb ik daar niet mee te maken.” Of: “Dat speelt niet bij onze doelgroep.”

Vaak merken we dan ook in een gesprek dat het toch wel wat anders blijkt te liggen. Hoe dat komt en waarom het belangrijk is om te weten hoe je met (vermoedens van) huiselijk geweld of kindermishandeling om kunt gaan (en je daar ook zeker over te voelen) daar lees je meer over in deze blog.

Waar hebben we het over bij huiselijk geweld en kindermishandeling?

De begrippen zijn beladen, het taboe is groot. Juist door de algemeenheid van het begrip ontstaan misverstanden. Wanneer je dezelfde professionals vraagt of zij zich wel eens zorgen hebben gemaakt om een volwassene of een kind dan zullen zij vaker ‘ja’ dan ‘nee’ antwoorden. Want iedere professional heeft wel eens het idee dat er of iets niet klopt of dat ze het liefst het kind bijvoorbeeld een keer mee naar huis zouden nemen.

Het gaat dan om bewustwording. Dat die zorgen óók zouden kunnen komen doordat er sprake is van een vorm van huiselijk geweld of kindermishandeling. En dat je dat ook niet direct zeker hoeft te weten. Hoe ingewikkeld ook.

Huiselijk geweld en kindermishandeling komt in net zoveel variaties en vormen voor als er variaties aan mensen zijn. Het ontstaat om verschillende redenen en heeft verschillende uitingsvormen. Ook dat is iets waar je je als professional in eerste instantie helemaal nog niet mee bezig hoeft te houden. Klinkt gek misschien. Maar juist het open houden wat precies de oorzaak van de zorgen is, maakt dat je ook de mogelijkheid open houdt dat er wél iets niet pluis is in een gezin of huishouden.

 

Er is afweer tegen huiselijk geweld en kindermishandeling

Je eigen wereldbeeld wordt enorm aangetast wanneer je te maken krijgt met huiselijk geweld of kindermishandeling in je directe omgeving. Dus ook wanneer het een werksituatie betreft. Het vervelende is dat als je er wel mee te maken krijgt, je ook zal merken dat je het vaker tegenkomt of signaleert. Dat is een nare werkelijkheid.

De natuurlijke behoefte van de mens om te kunnen overleven is van invloed op het signaleren van huiselijk geweld of kindermishandeling. Gevaarlijke situaties worden vanwege dit overlevingsmechanisme hanteerbaar gemaakt. Ver weg blijven van gevaar is een manier die je helpt te overleven. Denk er bijvoorbeeld aan dat je niet snel je hand in het vuur zou steken. Ooit heb je vast een ervaring gehad waarbij je zelf of gezien hebt dat iemand zich vreselijk bezeerd heeft aan vuur. En je natuurlijke reflex is je bij extreme hitte terug te trekken.

Dit reflex treedt ook op wanneer je onveilige situaties opmerkt. Je hebt ook niet altijd de mogelijkheid dit reflex te hanteren of er je ratio op los te laten om een gedegen inschatting van de veiligheid te maken. Meer kennis en weten hoe je veiligheid kan inschatten of ermee om kan gaan kunnen je daarbij wel helpen. Maar alleen als je ook het vertrouwen hebt dat het zou kunnen werken wat je kan doen én als je ook overtuigd bent van je eigen kunnen daarin. (En natuurlijk vooral als je zelf geen overweldigende dreiging daarbij ervaart).

 

Je kan mensen beter helpen als je weet wat je kan

Signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling worden door bovenstaande redenen vaak niet als zodanig meegenomen in de hulp die geboden wordt. En dus gemist. Afweer en de mogelijkheid niet open houden dat er meerdere oorzaken zijn van de zorgen die ontstaan, zijn twee elementen die dat moeilijker maken. Het goede nieuws is dat de volgende vraag stellen wel een eerste stap kan zijn: “Over wie heb jij je de afgelopen tijd zorgen gemaakt en waarom?” Op die manier kan je bijvoorbeeld het onbewuste, bewust maken. En een proces in gang zetten om de juiste hulp te bieden en de veiligheid te vergroten.

Om huiselijk geweld en kindermishandeling te stoppen is het natuurlijk wel belangrijk dat je het op weet te merken en de mogelijkheid meeneemt in de hulp of begeleiding die je bied. Alleen dan geef je de volwassene of het kind echt een kans.

Vaak zijn professionals ongemerkt al aan het signaleren bent en professioneel aan het handelen bij vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het vergroot het zelfvertrouwen als je dit ook in het bewustzijn van de professional kan brengen.  (lees daarover dit eerdere blog: Wanneer start je de Meldcode huiselijk geweld? )

 

Wil je daarna nog verder leren met elkaar, volg dan eens een training over de Meldcode Huiselijk Geweld en kindermishandeling zoals bij voorbeeld de training Gewoon Doen! Of een training: Mijn kind merkt er niks van, waarin je leert hoe je met ouders in gesprek kan over de gevolgen van een onveilige thuissituatie voor een kind. En werk je in het onderwijs of kinderopvang, kijk dan bijvoorbeeld eens hoe Schildjes Missie je daarbij kan helpen. Natuurlijk mag je ons ook altijd een vraag stellen om te kijken of we je daarbij verder kunnen helpen. Mail dan naar:  info@fabriek69.nl

Dat begrepen worden niet vanzelfsprekend is werd mij door Jody weer heel erg duidelijk. Jody zie ik sinds een aantal maanden en zij is gediagnosticeerd met TOS, een taalontwikkelingsstoornis. Inmiddels 5 jaar oud is de wereld voor haar zo moeilijk te begrijpen en vindt zij het zo moeilijk om de wereld duidelijk te maken wat er in haar doorgaat.

Jody en haar ouders maken mij er wel heel erg bewust van dat het gebruik van taal vaak zo belangrijk is in onze communicatie en de rol in je begrepen voelen.

Taalontwikkeling is niet voor ieder mens vanzelfsprekend

Van dichtbij merk ik ook al dat het anders kan zijn. Mijn dochter werkt zich een slag in de rondte. Maar ik merk het aan haar. Ze kan de juiste spelling niet aanvoelen. Meervoud? ‘Grabbelen’ wordt ‘grabelen’ in haar sinterklaasgedicht. En ze ziet het echt niet als ik het haar vraag nog eens te lezen. Een boekpresentatie doen? Weken is ze bezig zichzelf een weg te worstelen door een boek.

Zelf verslond ik boeken op die leeftijd. Bij de bibliotheek kenden ze me. Was ik weer om een nieuwe stempelkaart voor de kinderjury in te leveren en een cadeautje uit de mand te mogen zoeken. In groep 7 bijna alle boeken van de jeugdafdeling verslonden. Voor mij destijds vanzelfsprekend.

Mijn dochter krijgt het een stuk meer voor haar kiezen. Op school is begrijpend lezen nu eenmaal een enorm belangrijk vak. En dus worstelt ze zichzelf met onze stimulans er doorheen.

Wanneer de wereld abracadabra is

Dit is echter niet te vergelijken met de situatie van Jody. Woorden zijn abracadabra voor hoor. Begrip en begrijpen komt mondjesmaat op gang.

Maar ze is onbegrepen door haar ouders. En begreep haar ouders ook niet. Een enorm moeilijke start van haar jonge leven. Het raakt me als ik me realiseer hoe alleen ze zich zal voelen in haar jonge leven.

In het begin hebben Jody’s ouders veel hulp gevraagd en werden zij niet gehoord. Ook zij werden niet begrepen.  Wellicht in een hokje geplaatst vanwege hun voorgeschiedenis. En ook zij stonden door onbegrip alleen. Uiteindelijk kregen zij hulp waarbij zij tegelijkertijd moeite hadden vertrouwen te krijgen. Ze kwamen van ver. Een verleden van kindermishandeling en misbruik in hun jeugd. Iets waar nooit echt naar gevraagd werd, maar van enorme invloed is op de vraag die zij hebben voor hun kind. Samen hebben we de woorden gegeven aan het verleden en de invloed op het hier-en-nu. De traumabehandeling zal een volgende stap zijn.

Jody is ook enorm begaafd. Door haar snelle denken en haar creativiteit bedenkt ze de mooiste spellen. Door haar scherpe kijken dringen haar ogen door je heen. Taal is niet alles. Dat is een belangrijke les voor me.

De start van nieuw begrip

En Jody heeft wel het geluk dat zij ouders heeft die graag de verbinding met haar willen kunnen maken, zich in willen spannen haar te begrijpen en te begeleiden. Die hulp vragen. Ondanks alle moeilijke ervaringen uit hun eigen jeugd en de enorme kwetsbaarheid die het van hen vraagt. Zij willen leren dat wel te doen wat zij zelf zo gemist hebben.

Kinderen als Jody en hun ouders zijn de reden dat ik het werk doe wat ik doe. Ik ben dankbaar voor de lessen en het nieuwe bewustzijn wat door hen ontstaat. Het belang van begrip weer zo duidelijk maakt. Zeker wanneer het niet vanzelfsprekend is dat je het krijgt. Maar ook: welke uitdaging je ook hebt, iedere ouder die zich inspant het schijnbaar onmogelijke mogelijk te maken omdat hun kind het nodig heeft, verdient steun en empathie. Het vergt moed voor ouders dit te doen. Maar als die gevonden wordt ontstaat een kans een verandering teweeg te brengen die de rest van het leven van betekenis is. Daar draag ik graag mijn steentje aan bij.

 

Kirsten van Fabriek69 werkt ook nog als gezinscoach in de regio IJsselland. Haar praktijkervaring in het werken met de gezinnen uit haar huidige werk en haar vorige banen (o.a. Wijkteams, coördinatie huiselijk geweld en kindermishandeling en Veilig Thuis) neemt zij mee in de trainingen voor Fabriek69. 

 

Meer verdieping in het werken met gezinnen waarbij sprake is van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling? Kijk dan eens in onze agenda of bekijk de 3-daagse masterclass Kindermishandeling & Huiselijk Geweld met boeiende sprekers en op een prachtige lokatie.

 

Veel professionals in onderwijs, zorg en welzijn vragen zich dit af. Wanneer start je de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling?  Moet de Meldcode standaard opgestart worden bij elke intake? Wat is het omslagpunt? Wat doet dat dan met het contact met jouw cliënt of leerling/pupil? Zouden ze je dan wel echt gaan vertrouwen? Is dan het contact dan wel veilig?

Wanneer je Jessie weer ziet, dan lijkt het alsof ze geen contact meer met je wil maken.

Je vraagt Johan of het weekend goed is verlopen, maar krijgt daar geen duidelijk antwoord op.

De kleding van Jesper (3 jaar) is ongewassen en je ruikt een onfrisse lucht als je dichterbij bent gekomen.

 

Zomaar drie situaties waardoor zorgen kunnen ontstaan. Misschien maakte je je al wel wat langer zorgen in soortgelijke situaties. Of is dit de eerste keer dat het je opvalt dat er iets in de situatie aan de hand zou kunnen zijn. Zou er in bovenstaande situaties sprake kunnen zijn van huiselijk geweld of kindermishandeling? Wanneer zijn je zorgen groot genoeg, duidelijk genoeg, hoe krijg je ze duidelijk. Kortom: wanneer start je de Meldcode huiselijk geweld?

 

Waardoor is het lastig een besluit te nemen om de Meldcode te gaan starten?

Één signaal van huiselijk geweld is geen signaal. Een veelgehoorde uitspraak. En dat terwijl één signaal wel degelijk een startpunt is om alert te zijn. En de mogelijkheid open te houden dat er wél sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Iets waar de meeste mensen liever niet bij stil staan.

Een kind wat dagelijks in zijn broek plast terwijl het zindelijk was. Een kind wat ineens niet meer wil spreken. Een moeder die alle contact tijdelijk verbreekt of met alcoholwalm haar kind op komt halen. Een vader die een moeder nooit alleen laat gaan.

Er hoeft op zo’n moment geen sprake te zijn van huiselijk geweld. Maar er is zeker een mogelijkheid dat dit wel het geval is. Maar dit te durven zien, die twee mogelijkheden naast elkaar te laten bestaan, geeft een onzeker gevoel. En daarom neigen de meeste mensen snel naar ‘het zal wel ergens anders door komen’. Dit is geen verwijt, het is namelijk een natuurlijke menselijke reactie om pijn en ongemak te vermijden. Bewustzijn van deze natuurlijke neiging helpt je daarbij wel. Want wie wil niet het verschil maken als er inderdaad wat aan de hand is?

Wat zijn signalen van huiselijk geweld?

Er is nog veel onbekendheid over wat signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling zijn. Op het moment dat ik in een training een oefening doe met de deelnemers over de signalen in hun eigen casussen valt menig deelnemer van verbazing van de stoel. Hebben ze zoveel signalen over het hoofd gezien?

Vaak worden signalen niet als signaal gezien omdat het ook ergens anders op kan duiden. En een risicofactor als een signaal beschouwd waaraan meer voorspellende waarde wordt toegekend. Alleen wat een signaal anders maakt dan bijvoorbeeld een risicofactor, daar leer je meer over in zo’n training over de Meldcode. En dat signalen vaker voorkomen dan je zou willen ook. De Meldcode is een instrument wat je stapsgewijs ondersteunt in het maken van gedegen afwegingen en transparantie over zorgen bevorderd. Ook al is er ‘maar’ een signaal.

Dus vraag je je af wanneer je de Meldcode moet starten?

De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is en blijft een beladen instrument. En dat terwijl het ook zo anders zou kunnen. Want waarnemen is eigenlijk iets wat we voortdurend doen als we in contact zijn met anderen. Kijkt iemand blij, boos of verdrietig? We gaan er vaak al over in gesprek. De enige stap die er aan toegevoegd hoeft te worden is je er van bewust te zijn dat er ook sprake kan zijn van huiselijk geweld of kindermishandeling die het gedrag van je cliënt, leerling/pupil verklaart. Dat het een signaal is. En voilà, je bent aan het signaleren. De Meldcode is al, zonder dat je je er van bewust bent, gestart.

 

Deze ene stap van bewustwording maakt dat je nooit meer hoeft af te vragen of, en wanneer, de Meldcode gestart moet worden. En deze ene stap maakt dat jij een verschil kan gaan maken in het leven van een volwassene of kind die met onveiligheid thuis of in de (ex-) partnerrelatie te maken heeft.

Nu de rest van de stappen nog om ervoor te zorgen dat je professioneel, invoelend en daadkrachtig kunt blijven handelen!

 

Meer weten over de trainingen van Fabriek69 over de Meldcode? Kijk dan op: Trainingen

Wil je meedoen aan de eerstvolgende training over de Meldcode? Check dan hier voor de eerstvolgende training Gewoon Doen!

 

 

 

Het waarnemen van signalen van huiselijk geweld én een gesprek over signalen is iets wat vaak tussen de regels door gevoerd wordt. Zie je dat een kind geen oogcontact maakt? Dan vraag je direct hoe het met een kind gaat. Zie je dat iemand zichzelf minder verzorgd? Dan vraag je er vaak al naar. Hierdoor ben je als professional vaak al onbewust aan het signaleren.

Wanneer er echter meerdere signalen komen waar je de vinger niet op weet te leggen of je bent de meldcode aan het volgen omdat de zorgen dusdanig zijn dat je een melding overweegt, dan zal je een concreet gesprek moeten voeren om de signalen expliciet als signaal van onveiligheid met je cliënten te bespreken. Dat geeft de signalering een grotere lading.

Er kan veel misgaan in dit gesprek over signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. En de angst daarvoor werkt verlammend. Of door de twijfel die je ervaart is het lastig een gesprek met impact te kunnen voeren. Wanneer je weet welke valkuilen je tegen kan komen in een gesprek over signalen dan kan je voorkomen dat je er in stapt en met meer vertrouwen het gesprek aangaan.

Hieronder lees je over drie veelvoorkomende valkuilen. En tips hoe daarmee om te gaan.

1. Niet concreet genoeg zijn in een gesprek over signalen van huiselijk geweld

Wanneer je een gesprek aangaat over signalen die je hebt waargenomen dan loop je al snel de kans deze valkuil te komen. Je gaat om de hete brei heendraaien omdat het ingewikkeld is terug te geven wat je daadwerkelijk hebt gezien. En bent misschien wel bezig om de daadwerkelijke signalen te verzachten of verkleinen omdat je zorg hebt dat je boodschap te hard over komt en je het lijntje met de cliënt kwijt raakt.

Gevolg is dat er veel onzekerheid in het gesprek ontstaat zowel bij de cliënt als bij jou!

Hoe dan wel?

Een goed begin is het halve werk. Zorg dat je van te voren de signalen op een rij hebt gezet en dat je deze concreet geformuleerd hebt. Ga aan het begin van het gesprek in op de concrete signalen die je waargenomen hebt en vraag daarna de cliënt om een reactie. Wacht vooral niet te lang met het naar voren brengen van de signalen. Want dan wordt het nog lastiger om het ‘beestje bij de naam’ te noemen.

2. Teveel connectie willen maken in een gesprek over signalen van huiselijk geweld

En dan… Je hebt de signalen besproken en de cliënt heeft een reactie gegeven. “Het valt allemaal wel mee”. “Het was echt heel anders dan bedoeld”. “Het is niet waar, het klopt niet!” Je cliënt gaat mogelijk ontkennen of boos worden.

Als je heel graag de connectie met je cliënt wil houden is de kans aanwezig dat je in deze valkuil stapt. Dat je te bang bent het lijntje met de cliënt te verliezen. Dat uit zich dan door mee te gaan met de reactie van de cliënt of door enkel begrip te tonen en niet door te vragen. De boodschap is besproken, de stappen van een gesprek gevolgd en klaar is Kees. Turnell en Edwards (Signs of Safety) noemen dit ook wel ‘professional dangerousness’. Te graag uit willen gaan van de goede bedoelingen van de cliënt, terwijl de feiten wel anders uitwijzen.

Hoe dan wel?

Door eerste de emotie van de cliënt op te vangen houd je de connectie. Door daarna door te vragen op de signalen door oplossingsgerichte vragen te stellen (bijvoorbeeld schaalvragen), kan je doorgaan op wat er achter de emotie bij de cliënt schuilgaat. Je komt verder in gesprek door dit zo te doen.

3. Niet het goede doel hebben in het gesprek over signalen van huiselijk geweld

In gesprek met cliënten over signalen is het heel erg fijn als je duidelijkheid en bereidheid bij de cliënt voor elkaar krijgt om ook direct hulp te aanvaarden. Het doel van een gesprek over signalen is vaak anders dan wat je eigenlijk als professional wil. Gevolg is dat je zo graag wil dat de cliënt openheid van zaken geeft dat je sturende vragen gaat stellen die een cliënt als zeer bedreigend kan ervaren.

Zoals: “Toen ik je vorige week sprak toen zag ik dat je erg verdrietig was, kan je mij vertellen wat er aan de hand is thuis?” Cliënt: “Nee hoor, dat was niet zo.” Hulpverlener: “Toch zag ik dat je verdrietig was, zou het echt niet kunnen zijn dat er iets aan de hand is thuis?”. Resultaat: een cliënt die zich in een hoek gedrukt voelt en onveilig. Want de bedoeling van het gesprek was toch puur om in gesprek te gaan over zorgen?

Hoe dan wel?

Scheidt voor jezelf expliciet het doel van het gesprek wat je hebt en je eigen behoeften: Het bespreken van de signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling en een reactie van de cliënt daarop vragen. Het eigenlijke doel is heel beperkt en ogenschijnlijk simpel. Maar strookt soms niet met je eigen behoefte, namelijk om de onveiligheid direct te stoppen. Waardoor het toch ingewikkeld voor je wordt.

Door het onderscheid te kunnen maken tussen het doel van het gesprek je eigen behoeften wordt je je bewust van de sturing die je geeft en je eigenlijk niet wil geven. Het maakt het gesprek niet minder lastig, maar wel effectiever, zeker ook omdat je op de langere termijn echt een verschil wilt maken als er daadwerkelijk wat aan de hand blijkt te zijn.

Nog meer valkuilen

Dit zijn drie valkuilen die je tegenkomt in een gesprek en die je dus kunt vermijden. Er zijn er natuurlijk nog meer waar jij tegenaan kunt lopen. In een training over de Meldcode of specifiek over gespreksvaardigheden leer je je eigen valkuilen zien. Je krijgt handvatten hoe je deze gesprekken kunt voeren waardoor de drempel om het gesprek te voeren lager wordt.

Uiteindelijk ligt de sleutel in het sneller stoppen van huiselijk geweld in kindermishandeling in het bespreekbaar maken ervan. Als je dat op een effectieve manier kunt doen draag je daar zeker aan bij.

Wil je verder lezen over signaleren? Lees dan eens dit artikel over 3 verschillende manieren om te signaleren.

Wil je een training over het signaleren en het bespreekbaar maken van signalen? Kijk dan eens bij het aanbod van Fabriek69 of er voor jou een training bij zit.